Getuige de grote belangstelling voor ‘doorpraten met Joseph Pine’ had diens keynote speech nogal indruk gemaakt. Toch kwam deze discussiesessie wat moeilijk op gang. Pine verwachtte blijkbaar veel input vanuit het publiek, maar er waren maar weinig congresgangers die actief de discussie aangingen. Enkele vragen uit het publiek vormden voor Pine echter aanleiding om verder te gaan op wat hij in de ochtendsessie had aangekaart.
Een van de punten die naar voren werden gebracht was dat het moeilijk is de link te maken tussen authenticiteit en de theaterpraktijk. Pine benadrukte nog eens zijn stelling dat juist in de theaterwereld veel authenticiteit te vinden is. Het theatergebouw – de plek – is bij uitstek een middel waarmee authenticiteit kan worden benadrukt. Dat geldt uiteraard ook voor de inhoud – de voorstellingen. In het theater is het mogelijk genres opnieuw uit te vinden (voorbeeld is de Blue Man Group) of originele genres en stijlen terug te laten keren (een Hamlet die zich afspeelt in Denemarken).
Theater is volgens Pine ook een plek waar authenticiteit raakt aan identiteit. Met het cultureel programma dat je als theater aanbiedt, kun je laten zien wie je bent, ook al toon je door het jaar heen verschillende soorten voorstellingen. De mensen die je trekt, identificeren zich met datgene wat jij bent. Belangrijk daarbij is de vraag naar de identiteit die je wilt uitstralen. Pine: ‘Do you know who you are?’ Volgens Pine maakt het niet uit wát je uitstraalt (avantgarde, traditioneel) als je maar het vertrouwen wint van je publiek dat je doet wat het van je verwacht.
Pine verwees in zijn speech naar de real/fake matrix. Wat dat inhoudt voor het theater was sommige aanwezigen nog niet geheel duidelijk. Zo is volgens een van hen de culturele economie op het moment ‘booming’, en toont de verkoop van tickets voor evenementen en festivals een stijgende lijn. Mensen kiezen blijkbaar niet alleen voor de programmering, maar ook voor de waarden en voor een community waar ze bij willen horen. Maar wat is je doel met je theater? Heb je als doel bij real/real te eindigen? Je blijft immers gebruik maken van aspecten van fictie en fantasie. Pine benadrukt nogmaals dat je met theater in het fake/real-hokje zit: ‘Theatre is true to itself, but is not what is says it is. Create and believe is the best strategy.’ Bij theater creëer je geloof in (de boodschap van) je product.
Vervolgens kwam de vraag aan de orde of de randprogrammering bij een voorstelling – de creatie van de beleving – niet afbreuk doet aan het echte product: de voorstelling. Volgens Pine zou je meer nadruk moeten leggen op de expositiefase, het inleiden, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het internet – iets wat bij film al in grote mate gebeurt. Laat van te voren scènes zien, ‘the making of’, of toon een filmpje van de regisseur die de feedback van de kijkers verwerkt. Het soort van pre-shows dat je momenteel ziet bij films zou doorgetrokken moeten worden naar theater. Laat de mensen achter de schermen zien, en het werkproces. Speel in op de trend van ‘co-creating’ en laat mensen betalen om mee te werken. Geef ze de gelegenheid mee te doen aan het proces van het ontstaan van een voorstelling.
Tot slot ging Pine nog in op zijn stelling dat ‘transformatie’ de volgende fase is in de ontwikkeling van de economie. Met name de opmerking dat het daarbij draait om ‘leiden’ (to guide) riep vraagtekens op. Pine: dat ‘tranformatie’ die volgende fase wordt in de economie is niet zeker. Eigenlijk is de consument in deze fase het (economisch) product, want hij is degene die wordt getransformeerd. Dat houdt in dat je er alles aan doen om de condities zo te maken dat dat kan gebeuren. Dat houdt in dat je taak is ‘to guide the consument’. Uiteindelijk moet de consument het echter zelf doen. ‘Business’ in deze fase betekent voor de consument: ‘We pay people to transform us.’
De toekomst van degenen die werkzaam zijn in de ‘entertainment industry’ ligt bij hen die het publiek weten te betrekken bij de creatie en productie. Theater zouden de productie buiten het theater moeten brengen en andere evenementen binnen moeten halen. Dat vergt creativiteit. Pine’s uitsmijter: ‘I’m positive about the future of entertainment, maybe less positive about the entertainers themselves.’
Leestip: Thomas Thijssen, Albert Boswijk en Ed Peelen, A new perspective on the experience economy.