CongresPodiumkunsten.nl

Verslag Een passend contract voor elke functie

Het rondetafelgesprek over dit onderwerp bracht deelnemers uit allerlei sectoren (personeelszaken, educatie) en bedrijfstakken (impresariaten, payroll bedrijven, poppodia, advocatenbureaus, bij elkaar. De opzet van de sessie was om onder leiding van Jantien Broere, human resource-adviseur, en Marianne Francois, jurdisch personeelsadviseur, aan de hand van een case met de aanwezige expertise van de deelnemers een oplossing voor het gestelde probleem te komen.

Een passend contract.JPGDe case die aan de orde komt, heeft betrekking op oproepkrachten. Volgens de podia CAO mag je vijf jaar lang een onbeperkt aantal contracten voor oproepkrachten hebben. Voor vaste werknemers is dat drie jaar. De vragen die zich in dit verband kunnen voordoen zijn legio. Hoe ga je om met ziekte van oproepkrachten die een contract voor onbepaalde tijd hebben? En als ze structureel en veel vaste uren werken? Het is zaak dat soort problemen goed in je contracten te verwerken. Ook als een student of oproepkracht voor onbepaalde tijd langdurig ziek is, moet je deze doorbetalen. Geef op tijd aan de UWV door dat de desbetreffende persoon ziek is. Bij een tijdelijke dienstverband dat afloopt als hij ziek wordt, kan hij in de WW. Het kan zijn dat het UWV zegt dat de desbetreffende oproepkracht voor onbepaalde tijd in dienst is, en dus geen recht heeft op de WW. Dan zit je als werkgever met een probleem.
De term freelancer op zich brengt al een hoop onduidelijkheid met zich mee. Juridisch gezien is het geen term. Als opdrachtgever moet je de VAR goed checken, een identiteitbewijs vragen en de omschrijving van de werkzaamheden goed bekijken. Zelfs wanneer je dit netjes hebt geregeld kan de fiscus toch bepalen dat de desbetreffende persoon in diensbetrekking was. Ook in het geval van een ongeluk bij een freelancer is het de vraag wie aansprakelijk is. Als een freelancer zijn eigen spullen gebruikt en daardoor gewond raakt, is hij zelf verantwoordelijk. Gebruikt hij materiaal of gereedschap van de organisatie, dan is de organisatie aansprakelijk.
Ook kwamen er vragen over de status als zogenaamde zzp’er. Hoeveel opdrachtgevers moet je hebben om in aanmerking te komen als zzp’er? Hier zijn geen officiële regels voor, hoewel er soms steekproefsgewijs gekeken wordt naar de feitelijke situatie. Heb je drie jaar lang maar één opdrachtgever, dan neemt de fiscus je bijvoorbeeld niet serieus als zelfstandige. Ook wordt er gekeken naar je debiteurenrisico. In feite moet je het risico lopen dat er niet betaald wordt.

Deze rondetafelbijeenkomst was feitelijk te kort om elke case goed en duidelijk te behandelen en leverde, zoals gespreksleider Marianne Francois opmerkte, wellicht meer vragen dan oplossingen. Zeker is wel dat de deelnemers opnieuw opmerkzaam werden gemaakt op het belang van een goed opgesteld contract.