CongresPodiumkunsten.nl

Verslag Regionalisering in de podiumkunsten

Regionalisering in de podiumkunsten

Henk Schoute, directeur van het Zeeland Nazomer Festival, legde de zaal als onderwerp van de discussie enkele overwegingen voor, die als leidraad konden dienen bij de discussie. Vanuit gemeentes gaat er steeds meer geld naar de podiumkunsten, maar lang niet alle provincies (slechts acht) hebben een kunstenplan en een kunstenbudget. En maar 40% van de gemeenten hebben een cultuurnota. Volgens Schoute kun je dan ook niet spreken van een opkomst van cultuur in de regio.
Hoe zichtbaar is de regio als het om de podiumkunsten gaat? En hoe verhoudt de media aandacht zich van de podiumkunsten in de Randstad tot de regio?

Siart Smit van Tryater uit Friesland lichtte de situatie toe van zijn gezelschap dat bijna 45 jaar bestaat.Tryater is het meest geregionaliseerde  gezelschap in Nederland; het speelt in het Fries, maar lang niet voor alleen Friezen. Smit zet met zijn theater het ideale regionale succesvolle theatergezelschap neer. In zijn toelichting komen een aantal aspecten naar voren die van belang zijn voor een goed functioneren van een regionaal gezelschap. De binding van het gezelschap met de regio is groot, Het speelt in de gehele regio op allerlei plekken, ook daar waar er nauwelijks theatervoorzieningen zijn. Dit betekent echter wel dat de overheadkosten van het gezelschap relatief hoog zijn. Het gezelschap is zichtbaar in de regio en brengt een divers programma. Het bedient dan ook een breed publiek, van jong tot oud. Het gezelschap is ambitieus en timmert enorm aan de weg, ook met grensoverschrijdende producties (zowel buiten de regio als Nederland). Hiertoe werkt het ook samen met andere gezelschappen. Het gezelschap zoekt het publiek op en leidt zijn eigen (Friese) acteurs op. Kortom: het gezelschap is professioneel en sterk ingebed in de regio, maar is tegelijkertijd niet monomaan bezig met de regio.
Zowel Siart Smit als Henk Schoute schetsten een gezelschap en een festival die succesvol in de regio zijn. Het publiek komt zowel van binnen als buiten de regio. Er is veel media-aandacht. Henk Schoute noemt als voorbeeld de productie ‘Onder het Melkwoud’, die alleen in Zeeland te zien was. Voor het publiek maakte dat niets uit dat kwam toch massaal op die voorstelling af. Kortom: niet de productie, maar het publiek moet mobiel zijn.

De uiteenzettingen van Smit en Schoute waren aanleiding voor vragen uit de zaal. Eric Japenga (Productiehuis Brabant) vraagt zich af of het functioneren van Tryater niet juist een pleidooi inhoudt voor deregionalisering? Is het wel wenselijk als een regionale voorstelling beperkt blijft tot de regio? Schuilt daar niet het gevaar in dat de regio zich in zichzelf keert en is het niet juist een meerwaarde als er ook buiten de regio wordt opgetreden en feedback verkregen kan worden? Maarten Verhoef (Kunstmin Dordrecht Theater): ‘Theater is ook een metafoor waardoor regionale producties ook heel goed kunnen aanslaan in andere regio’s’ (over een Zuid-Limburgse productie over de mijnbouwproblematiek die ook succesvol was in Groningen, omdat het thema ook daar herkenbaar was). Of moeten we wél regionaal werken, maar mikken op een bredere uitstraling? (Musis Sacrum, Arnhem).

Een succesvol regionaal gezelschap betekent een aanwinst voor de regio en iets om jaloers op te zijn, stelt Rob Weber (Het Park, Hoorn). Met name steden in de Randstad voelen het gemis van een regionaal gezelschap. Dit geldt bijvoorbeeld voor Hoorn en Dordrecht, die in de regio liggen van Toneelgroep Amsterdam en het RO Theater. Dat zijn geen regionale gezelschappen en ze vormen dan ook geen meerwaarde voor de regio. ‘Hoorn ervaart het als een gemis dat de kop van Noord Holland geen regionaal gezelschap heeft,’ merkte Rob Weber op.
Regionale productie kan ook een positieve invloed hebben op de identiteit van de regio, juist omdat deze per regio zo kan verschillen (De Kring Roosendaal). Het zou een meerwaarde kunnen betekenen wanneer de regio meer op de nationale kaart wordt gezet en er aandacht komt voor regionaal ‘toptalent’  (Parktheater Eindhoven).   

Beleving is van belang in de podiumkunsten. Dat houdt in dat je binding opbouwt met je publiek en een ‘familyfeeling’ creëert. Voor een regionaal gezelschap is dit makkelijker dan voor een nationaal gezelschap.

Hoe is het gesteld met het provinciaal beleid m.b.t. de regionale podiumkunsten? Er zijn verschillende positieve geluiden. De provincie Brabant ondersteunt bijvoorbeeld met specifieke afnamesubsidies de regionale podiumkunsten. Ook Overijssel is welwillend, hoewel daar nog maar een kwart van de gemeenten een cultuurnota heeft. Wel is het aantal voorstellingen toegenomen. De provincie zou graag zien dat het gezelschap Oostpool meer in de regio zou spelen.

De aandacht voor de regionale podiumkunsten in de landelijke media is niet altijd positief. De ervaring is dat een voorstelling pas door de landelijke pers wordt gerecenseerd als deze in een van de grote steden wordt gespeeld. Dit geldt niet voor de regionale en lokale pers. De vraag rijst of de pers wel zo’n belangrijke rol speelt bij het bereiken van het publiek. De belevingscultuur speelt hierin een veel belangrijkere rol (Musis Sacrum, Arnhem). Rob Weber is benieuwd of de landelijke première (Chicago) in Het Park in Hoorn de landelijke pers haalt.

Henk Schoute sluit de sessie af. Is er sprake van opkomst van regionaal theater? Voor verschillende regio’s in het land geldt dat er geen regionaal theater is, zoals bijvoorbeeld in de regio om Hoorn en Dordrecht. Toch heeft het regionale theater toekomst en er is ook zeker behoefte aan meer.