Als we het rapport Wat kan er beter in de podiumkunsten? mogen geloven zijn organisaties in de podiumkunsten te klein, bieden ze onvoldoende perspectief voor kwalitatief personeel en werken ze te weinig samen. Schaalvergroting, samenwerking, kennisdeling en scholing zijn geloven de oplossingen voor de genoemde problemen.
Onder leiding van Pim van Klink discussieerden Leo Zwinkels (toneelschool Maastricht), George Lawson (NFPK+), Janneke van der Wijk (MCN), Marc Altink (NAPK), Berend Schans (VNPF), Ernest Slot (ministerie van OCW) en Hans Onno van den Berg (VSCD) over de vraag wat er beter kan in de keten. Evert de Jager (Nationale Toneel) sprong desgevraagd soms bij.
Een noodzaak tot samenwerking – dat onderschreven alle deelnemers aan de discussie over deze vraag. Maar over wat er nu precies het probleem is, lagen de meningen meer uiteen. De opleidingen signaleren een verlies aan kwaliteit onder de afgeleverde podiumkunstenaars, wat leidt tot werkloosheid. De podia zien een probleem in (te) weinig onderling overleg over vraag en aanbod en over programmering en marketing.
Wellicht kan dat laatste probleem worden aangepakt via het pas opgerichte Theaterverbond, maar een stimulering door het anders reguleren van de geldkraan door de overheid kan ook helpen. George Lawson meldt dat het NFPK gelden klaar heeft liggen voor projecten die samenwerking stimuleren, maar die budgetten worden volgens hem tot nu toe niet uitgenut. Een mogelijkheid is de problemen rond vraag en aanbod te reguleren naar analogie van de popmuziekregeling. Daar krijgen podia en groepen, die door de podiaprogrammeurs zelf zijn geselecteerd, geld. Misschien helpt ook een premieregeling, waarbij groepen of podia die meer optredens organiseren geld krijgen.
Er zijn in het verleden verschillende voorbeelden geweest van samenwerking, bijvoorbeeld bij Topstukken. Dat mislukte – volgens Evert de Jager omdat er teveel partijen aan tafel zaten. Wellicht lukt het wel met een beperkt aantal partners wel. Er zijn op dat gebied al wat voorbeelden. Hoe dan ook – alle aanwezigen zijn het erover eens dat het hoog tijd is dat er meer wordt samengewerkt, want het publiek voor het grote-zaaltoneel loopt terug.
Helaas ontbrak de tijd om over dat laatste onderwerp verder door te praten. Doro Siepel van Theater Zuidplein vond dat ‘jammer’. ‘Ik wilde dolgraag wat zeggen, maar ik kreeg de kans niet. De discussie ging alleen over een beperkt aantal theaters met een bepaald aanbod en niet over nieuw publiek. Wij ervaren dat het bestaande aanbod niet aansluit op de vraag van een groter publiek. Je kunt wel roepen dat er meer publiek naar die grote producties moet, maar als dat publiek niet komt, dan moet je over de oorzaken daarvan toch ook praten?
Bij ons treden amateurgezelschappen op die – uit zichzelf! – maatschappelijk geëngageerde producties maken en daarmee volle zalen trekken. Die gezelschappen halen enorm veel – vaak multicultureel – publiek dat je zelden ziet in de theaters. En dat komt omdat dat publiek zich kan identificeren met wat er wordt getoond. Als je praat over veranderingen in de keten, dan moet je over dat probleem praten, want over 15 jaar is heel Nederland multicultureel.
Het is jammer dat de acteurs en regisseurs uit die amateurgroepen niet op de opleidingen worden toegelaten. Zo krijgen ze nooit de kans om professionele kwaliteiten te ontwikkelen. Ook leerlingen worden daarvan de dupe. Scholen boeken die amateurs graag, want ze maken stukken over wat er in de stad leeft – en dat doen de professionele gezelschappen helaas niet. Die leerlingen komen zo dus niet in aanraking met kwalitatief goede producties. Naar mijn idee zullen de opleidingen hun aannamebeleid moeten bijstellen. En dan die discussie over werkloosheid. De meeste MBO-leerlingen uit de entertainmentsector hebben werk. Waarom zijn er dan zoveel HBO-ers die geen werk hebben?’